plagiarism.indd

Afbeelding: brett jordan

Op MindShift verscheen twee jaar geleden een artikel over plagiaat, en hoe we ons idee erover misschien wel wat moeten aanpassen aan onze gedigitaliseerde wereld. De auteur, Jennifer Carey, stelt in de inleiding de vraag of online samenwerken op school wel zo interessant is als het lijkt, want het zorgt blijkbaar ook voor meer ‘overschrijven’:

In the balance, does plagiarism make these tools more problematic than they are useful?

De auteur kaart dan een paradox aan: tijdens klasdiscussies en groepsopdrachten stimuleren we samenwerken, maar als er geëvalueerd moet worden, trekken we vaak anti-collaboration walls op. Nochtans is onze samenleving steeds meer gebaseerd op samenwerking en uitwisseling.

We live in a collaborative world. It is rare in a job, let alone life, that individuals work in complete isolation – with lack of assistance or contributions from anyone else.

Vandaar, zo suggereert Carey, dat we samenwerking misschien beter in ál onze onderwijsactiviteiten integreren, en het dus ook stimuleren op de momenten dat er punten te verdienen vallen. Bovendien kun je als leerkracht bij toepassingen als Google Drive gemakkelijk nagaan wie wat heeft geschreven.

Careys conclusie is dat we sowieso onze manier van examineren in vraag moeten stellen: “If you can Google the answer, how good is the question?”

Do we want students to simply memorize and regurgitate information? Is this the type of learning that we value in the 21st century? Or do we want them to think, assess, reason, and verbalize (vocally or in written form) their processes and ideas?

Het dilemma is in alle dergelijke discussies eigenlijk identiek: focussen we enkel op de nadelen van bepaalde vernieuwingen, of gebruiken we ze samen met de voordelen om onze hele didactiek te verbeteren…?

(Afbeelding: “Caught Stealing” door brett jordan (licentie: CC BY 2.0))